zondag 25 mei 2008

'ALS DIT DE HEMEL IS, WIL IK BLIJVEN.'

HET LEEK ER STERK OP,

dat ik vannacht flink aan het trippen was. Een hallucinatie was er niets bij.
De wereld leek een groot landschap. Ik herkende de droom half, ik had 'm vaker gehad, niet heel vaak, maar af en toe. Niet altijd helemaal hetzelfde, maar iets in dezelfde strekking.

Het landschap was breed en oneindig. Klaarlichte, heldere dag. Blauwe lucht. Zo blauw. Blauwer dan blauw kon bijna niet, alsof het pijn deed aan je ogen. De heuvels waren bedekt met kleine gele bloemetjes. Overal. Als ik in het midden stond zag ik gele bloemetjes links, rechts, achter me en voor me. Het leek hoog zomer. De zon scheen fel. Het was mooi. Vredig. Gelukzalig.

Ik zag onbekende mensen. Ze liepen niet maar zweefden. Eentje kon al zwevend een koprol maken. Ik was verwonderd en moest lachen. Waar was ik in hemelsnaam?

Iemand was bij me. Ik wist niet wie. Alsof er een soort van schaduw overal met me meeliep. Schuin achter me. Dichtbij me. Ik praatte hardop. Ik zei:

'Het lijkt de hemel wel! Als dit de hemel is, wil ik best blijven.'

Ik heb echt niets voor het slapen gaan gebruikt.
Geen pilletje, alcohol of paddo's.
Echt niet.

Geen opmerkingen: