woensdag 28 mei 2008

DAT GAAT 'M DUS NIET WEZEN.

IK WAS VIER,

toen ik een brilletje kreeg. Toen ik negentien jaar oud was en de oogarts mij adviseerde lenzen te nemen omdat mijn bril ging hellen en ik pijn aan m'n ene oor kreeg, want het linkeroog was toen -6, ging er een nieuwe wereld voor me open.

Als mijn ogen de minste geringste ontstekinkjes vertonen en ik eigenlijk een brilletje moet dragen, voel ik me weer net als toen; brilsmurferig. Alsof ik met twee loeigrote kokers op m'n kop loop. Alsof ieieieieiedereen kan zien dat ik een stomme bril draag.



Een paar jaar geleden gingen mijn ogen, tot ieders verbazing, langzaam vooruit. Het linkeroog is nu -4,75. Maar dat was jaren terug.

Morgenochtend loop ik zonder lenzen, en met brilletje op, naar de brillenwinkel voor een oogtest. Moet ik de A's en de B's onderscheiden en de openingen in de cirkels zoeken.

En dan mag ik, staande voor de lange rekken, een nieuwe montuur uitzoeken. Bij de kinderafdeling. Omdat mijn hoofd te erg smal is.

Homptidom ...

... ...


Geen opmerkingen: