donderdag 15 mei 2008

CARPE DIEM.

'HET IS NIET ZO DAT IK,

er altijd mee bezig ben, maar soms beangstigt het me wel.'

Ze had moeite deze openbaring te maken, maar ik bewonderde haar doorzettingsvermogen. Dat zij toch, ondanks de plotselinge brok in d'r keel en onverwachte kwetsbaarheid, mij in vertrouwen nam. Wij hadden wel een band, maar niet een echte vriendschapsband.

'Ik ken hem nu al meer dan tien jaar en ik ben heel erg gelukkig en ik heb twee lieve kinderen, maar ik vraag me heel soms weleens af: 'is dit het dan?' Snap je?'

Ik knikte. De omgekeerde wereld. We wisten niet waar we waren over tien jaar. Ik ook niet. Dat was soms een beetje beangstigend. Werkte ik hier dan nog, was ik dan nog steeds zonder maatje van mijn leven? In dezelfde woonplaats? Gelukkig kon er in tien jaar vanalles gebeuren. Als dat geen understatement van de dag was. Gelukkig was ik er sinds kort achter dat vooral passies volgen belangrijk waren. En overgeven aan die passies een voorwaarde was.

'Ik vind mijn werk hartstikke leuk, maar als ik twee weken vakantie heb gehad, en met de kinderen thuis ben geweest en mijn vriend is er ook, dan wil ik dat. Maar tegelijkertijd denk ik weleens: ik zal nooit meer toe kunnen geven aan de verliefdheid voor een ander, of zoenen met een ander. Dat allemaal opnieuw meemaken.'

Het kabbelde voort. Dat gesettelde leven. Iedereen bleef maar op zoek. Leek wel. Als je de man van je dromen kreeg, op een presenteerblaadje, bloedjes van mooie kinderen, een enorme uitdagende baan, superdeluxe huis, het liefst een fijne wagen voor de deur en minimaal twee vakanties per jaar, dan was het nog niet Utopia.
Was Utopia wel een optie? We renden, zochten, vervulden, kochten en verfraaiden.

'En jij kan nog. Snap je wat ik bedoel? Jij kan nog verliefd worden en plannen gaan maken om samen te gaan wonen, en kiezen voor kinderen en je kunt nu gaan en staan waar je wilt.'

Ik kon nog.

Er ontsnapte mij een weemoedige lach. Wiens leven wilden wij nou? De utopie bestond niet. Zoeken naar het perfecte ook niet. Perfect was er gewoon nooit geweest.


Ik vertelde zachtjes:

'Het is een fabeltje dat mijn leven zo spannend is. Het is niet zo spannend.'

Geen opmerkingen: