1 Een dosis bepalen;
2 In doses verdelen.
Het opstaan met een onverklaarbare katergevoel. Niet dat ik een druppel alcohol gedronken had op die verjaardag. Ik drink zelden alcohol. Heel af en toe een moeseltje misschien. Meer richting nooit dan zelden. Het zien van mensen die steeds joliger werden met een slokje op. Ik had nog een 7Upje genomen. Met enkel bubbels vermaakte ik me ook wel. Gelukkig waren er 'chauffeurs die niet drinken mochten' en ook aan de sapjes en bubbels waren. Het was blijkbaar soms een punt van discussie thuis; drink jij straks, of ik? Ik kon het niet begrijpen.
Toen ik negentien was vierde ik mijn eindexamen en had een kelderfeest. Na drieen sjokte ik met een straalbezopen kop langs keldermuren en wankele trappen naar boven om in een bestelbusje van vriendinnetje naar huis te gaan. Ik stond met een straalbezopen kop in de tuin van de buren en vertelde vriendin's ouders eens eventjes de keiharde waarheid. Vervolgens drukte ik tamelijk lang op de deurbel. Genanter kon het niet. Buurvrouw stond met schrik op haar gezicht in haar duster naar haar buurmeisje te kijken. Via de heg kroop ik naar mijn eigen huis. Natuurlijk hoorde ik de details dagen later pas. Toen ik helder en nuchter kon aanhoren hoe de drankconsumpties 'gevallen' waren.
In welke gevallen deed ik een oogje toe en in welke gevallen wilde ik mijn knoop in de maag achterna en uiten wat mijn wensen en meningen waren? In hoeverre was 'open staan voor' toereikend en wanneer teveel voor mij? Wanneer was mijn eigen open visie 'op'? In hoeverre was 'star' star? Als ik mijn hart voelde kloppen onder mijn borstkas omdat ik in een omgeving was, of hoorde hoe iemand ander's zijn of haar omgeving was, hoe een thuissituatie in elkaar stak, wat bij een ander normaal was en bij mij niet, wanneer gedroeg ik me er dan naar door te zeggen: dit is niet wat ik wens voor mezelf?
Continu innerlijk in conflict met mezelf zijn brak me soms op. Als een kotspartij na een stevig potje zuipen. Maar ik zoop niet. Meer. Mijn eerste straalbezopenzijn was ook meteen de laatste. Het ziet er zielig en betreurenswaardig uit als iemand wankelend op haar pumps langs liggende studenten zwalkt op weg naar huis. Toen en nu.
Heel af en toe proost ik erop. Met een moeseltje. Niet meer en niet minder.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten