maandag 8 juni 2009

Inburgeren deel 2.

Van oorsprong ben ik een Brabantse. Geboren en getogen in een kleine stad in het zuiden des lands, tussen de weilanden, het gieren, de Skottelslet, Alaaf! en het bourgondisch eten, ben ik niet vies van een bietje dialect. Zo staat een Brabantse anders wel met haar oren te klapperen als ze zich in het Haagse begeeft. Qua taal alleen al. Voorbeeldje:

'Ted om men is an te kleide en naah bahte te gaan.' -- tweetje koetjeboeh.

Je moet maar net weten dat koetjeboeh nog niet is aangekleed en als hij aangekleed is zin heeft om naar buiten te gaan. (Het zou wat wezen als hij zich niet had aangekleed en toch zin had naar buiten te gaan, maar dat terzijde.)

En hoe groter de stad, hoe meer gekken er vertoeven. Al vele malen dwaalde ik door het centrum en omstreken om ergens luid geroep en geschreeuw te horen van iemand die tijdelijk of algeheel de weg kwijt was.

'Kankeahrhoeahr!'

Dat men in het Haagse nogal gretig smijdt met allerlei ziektes is een grote oogopener voor mij.

'Teahringleeahr!'

Ik weet niet zo goed of ik daaraan zou willen en kunnen wennen. Hele families gaan per slot van rekening dood aan al die nare ziektes. Voor je het weet krijg je de

'Mexicaansuh griep!'

naar je hoofd.

Dat een Hagenees zijn website bedoelt als hij 'Haumpeits' zegt moet je nu maar net weten. Ook dat de uitdrukking 'Het is in en uiht men kont met die twee' (betekenis dat ze elkaar wel erg mogen) moet je dan toch maar weten. Dat uberhaupt alles te maken heeft met ziektes, konten, tieten en lekkende stoma's is mij een raadsel.

Nee, het brabantse dialect. Ik kan er weinig over kwijt. Dat men te pas en te onpas hullie en gullie roept is een feit. Gullie zou unne bietje meej moetuh krijguh fan dah broabants gelul:



Ik heb erop gestudeerd. Speciaal voor de Hofstijlers. Daar komt ie:

'Steik je vingah in je kont, draai 'm drie keah rond, dan heb je 'n magnum!'

Dit stukje is ook te lezen bij hofstijl.nl

Geen opmerkingen: