zondag 13 april 2008

DE VERLATE WOW, deel 2.

HET WAS DE WOENSDAG DER WOENSDAGEN,

toen ze wakker werd en haar ogen opende om te bedenken dat er geen weg meer terug was. Op de overloop naar de zolder hoorde zij zachte voetstappen, alsof er in een slowmotion iemand langzamer dan langzaam naar boven liep, de trap op, langs krakend hout en tikkende klok.

Er werd geklopt op de deur, en ze hoorde een doffe zin vanachter een gesloten deur uit de mond van mama komen.
Of ze binnen mocht komen, er was gebeld.
Ze sloot haar ogen, hield zichzelf even in een foetushouding voordat ze zich omdraaide en naar de gesloten deur staarde.

Er werd nogmaals zacht geklopt. De klink van de deur ging naar beneden en de deur ging langzaam open, eerst op een kier, toen stond mama in de deuropening.

In de stilte die volgde wist dochter wat moeder vertellen ging. Wist dochter dat alles even stoppen zou. Eventjes. Heel eventjes.

'Je mentor heeft gebeld. Je bent inderdaad blijven zitten. Het is jammer, maar ja ...'

Mama bleef in de deuropening staan. Dochter knikte. Een moment van stilte voordat mama haar rug keerde, de deur sloot en naar beneden liep.

Ze draaide zich om. Het dekbed draaide onvrijwillig met haar mee. Met haar hoofd naar de muur toe huilde ze. Niemand zou het zien en horen.

Geen opmerkingen: