woensdag 30 april 2008

HOE BEN JIJ?

Terwijl de trein langs een rood bord denderde, waarop ik nog net de vraag kon lezen of ik liefde nodig had, luisterde ik naar Ingrid en zag de zon achter een wolkje schijnen.

Terwijl alle mensen uitstapten en de steile gang naar beneden liepen spotte ik vlakbij de roltrap een billboard met grote letters dat luid HOE BEN JIJ? riep. Toevallig had ik de avond ervoor een email gekregen van een vreemdeling die precies hetzelfde vroeg.

Rare vraag hoor. Ontzettend rare vraag.

Terwijl ik een verjaardagskaartje gekocht had, en niet goed wist wat ik erin moest schrijven, botste een kleine jongen bijna tegen mij aan toen ik de Dekker en de Vegt uit wilde lopen, -- de neuzen van mijn schoenen op de rand van de deurstrip.

'Je loopt voor mij!' riep hij uit.

'Jij loopt voor mij!' riep ik ook.

Hij keek me even goed aan. Hij leek mijn gezicht nauwkeurig te onderzoeken.

'Jij liep voor mij!' riep hij toen weer.

Zijn moeder had alles van een kleine afstand bekeken.

'Kom, Joris.'

Ik hield mijn wenkbrauwen op. Toe dan.

Hij kuierde met beide voeten voor elkaar langs over de strip van de deur. Onafgebroken tot aan het eind. Toen hij klaar was en van de strip af huppelde, keek hij nog eens achterom.

'Nu niet meer.' riep hij met een voldane smurk op zijn gezicht. En liep door, aan moeder's hand.

Geen opmerkingen: