HIJ KWAM NAAST ME ZITTEN,
op een bankje in de buitenlucht. Ik schonk hem in het beginsel geen aandacht; was te veel bezig met mijn eigen gedachten en kronkels. Ik weet niet meer wat ik allemaal dacht, maar het voelde troebel en leeg.
Opeens voelde ik een hand op de mijne. Ik keek naar beneden, naar mijn hand op mijn bovenbeen waar nu een stevige, gebruinde hand bovenop lag. Mijn eerste reactie was mijn hand wegnemen, ik kende tenslotte deze man niet, maar op de een of andere manier voelde het troostend. Fijn.
Langzaam keek ik naast me. Bij wie deze gebruinde hand hoorde. De hand hoorde bij een man met zwarte haren en gebronsd gezicht. Iemand uit het zuiden van Europa. Of nog zuidelijker. Hij glimlachte alleen vaagjes bij zijn mondhoek en bleef zo zitten.
Ik berustte me erin.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten