DE KANDIDAAT:
Aan het einde van de grote tafel, met een bodem koffie in een kopje en een kladblok voor haar neus, bekeek ze de kandidaat tegenover haar.
Zwarte haren. Lange benen. Spijkerbroek. Zwart shirtje. Een blozend gezicht. Trillende mondhoeken.
Nervositeit.
De sollicitant plukte aan een draadje dat steeds verder rafelde aan de rand van haar shirt. Ze trok zachtjes.
Het bleef rafelen.
Ze schraapte meerdere malen haar keel. Leunde voorover om het glas met water te pakken. Hoestte. Nogmaals.
Ze bekeek de kandidaat tegenover haar. Hoe de nervositeit in haar ogen stond.
Bangig. Bleek. Troebel.
Ze schreef wat dingen op. Hoorde haar iele stem in de verte. Voelde haar keel. Alsof er een kwastje met een zachte punt tegen de binnenkant van haar keel friemelde.
Kietelde.
Ook zij nam een slok van haar koffie. Trok een vies gezicht. De koffie was koud.
Ze nam een slok van haar glas water. Schraapte haar keel. Kreeg een hoestje te verwerken dat oversloeg in een paniekerige hoestbui. Niet te stoppen.
"Sorry." meldde ze, terwijl ze uit haar stoel ging en de kamer uitliep.
In het toilet zuchtte ze een paar keer. Kwam tot zichzelf.
Nervositeit overgenomen. Even weer helder. Beide voeten op de grond.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten