zaterdag 15 september 2007

VROEGER WAS ER JACHTIGHEID,

waarin 's morgens de route van slaapkamer naar voordeur een wedstrijd bleek in heksen en jagen. Waarin negen van de tien keer spullen vergeten werden. Veel kloppende harten en weinig lucht. Zelfs een kop koffie ging er snel in, of de koffie nu heet was of gewoon warm.

Als je meemaakt dat tijd opeens erg relatief blijkt, vul je die momenten opeens met de luchtledigheid ervan. Ik bedoel, in een minuut kun je best veel. Je ogen sluiten bijvoorbeeld en de herrie van je omgeving uitschakelen.

Door de vroegere jachtigheid, waarin letterlijk het woord jacht prominent aanwezig bleek, en de jacht naar opgeruimd, de jacht naar goed willen doen, de jacht naar perfectie, de jacht naar hetzelfde doen, de jacht naar weer iets anders zoeken, leek het lijf opeens tegen te gaan werken.

Het lijf dat duizelde van alle rondjes draaien en van links naar rechts getrokken werd naar alles dat sneller moest en verder ging. Van wie dan?

Van wie?

Soms laat het lijf je hoofd eens tollen. Dat is maar goed ook. Zonder het tollen van het hoofd, alleen maar vooruitgang op jachtigheid. Waarin je in je volle snelheid langs alles raast dat ergens zo belangrijk is, dat het in je eigen windvlaag wegblaast. Wat verloren gaat. In de storm die je zelf veroorzaakt hebt.

Soms sluit ik m'n ogen. Doe ik net alsof ik oordopjes in m'n oren plaats. Valt de stilte in mij. Luister ik naar m'n eigen ademhaling. Voor ik het weet ben ik van a naar b gereisd in een luchtbel van kalmte.

Geen opmerkingen: