TOEN IK IN M'N KORTE ROK IN DE KAMER STOND,
lachtte hij me uit. Heel hard.
"Hahahahaaaaa!!!"
Het had een schadelijk effect op mij. Ik kroop van een lange hals met sterke rug in een gekromde houding. Een slakje zonder huis.
Er stonden dikke tranen in m'n ogen. Van die tranen die, hoezeer je ze ook weg wilt knipperen, zomaar over de rand van je wimpers rollen en toch hun weg vinden langs je wang, je nek in. Om dan met een *plop* op de grond te belanden.
Ik keek opzij naar mijn beste vriendinnetje, die schouders ophalend van mij naar haar broer keek. "Wat ben je ook een klootzak!" riep ze uit.
Hij lachtte alleen maar harder.
Ik had de meest melkflesbenen die een pubermeisje van veertien maar kon voorstellen. Korte broeken droeg ik nooit. Ik voelde me bekeken. Mijn huid was zo licht en sproetig dat de blauwe aders dwars door mijn huid heen liepen als een lange snelweg naar onbekende bestemmingen.
Mijn beste vriendinnetje had mij eindelijk overgehaald een korte rok van haar aan te doen. Ik stond in haar slaapkamer voor de grote spiegel en had mezelf aarzelend bekeken. Ondanks mijn witte benen stond het best wel leuk. Maar had ik wel lef om naar beneden te gaan?
Ik had voor de grote broer gestaan met een vertwijfelde glimlach. Met mijn grote ogen in een goedkeuring en mijn trillende mond in een bijna huilbui. Veertien en op m'n kwetsbaarst.
Hij begon te lachen.
Heel hard.
"Hahahahaaaaa!!!"
Nooit meer liet ik mijn blote benen zien. Nooit meer een korte broek of rok.
Vandaag zag ik grote broer langs me heen lopen. Hij zag me en bekeek me even in een vastgestelde herkenning. Zijn mondhoek ging verdacht omhoog. Hij leek te lachen.
"Lul!" fluisterde ik, toen ik langsliep.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten