zaterdag 1 september 2007

SCHIPHOL:

Alsof er een vast ritueel verbonden lag aan het afscheid.
Eerst de dikke keel, waar een schorrig krakend geluid uit kwam, mocht er iets te zeggen zijn. Vaak zei men dan maar niets; de band zat te strak gewikkeld om de nek.

Dat er eerst toeschietelijke klopjes op de schouders vielen. Een wel maar niet echt willen moment. Niet willen toegeven aan het plotselinge heftige moment om elkaar hartstochtelijk in de armen te vallen om niet meer los te willen laten. Het moment uit te willen stellen. Voor even. Even nog.

Het treuzelen met de ticket. Het was zwartgedrukt en zou wegvagen met iedere druppelende traan die als een snelweg naar benee op het oppervlak zou dalen van grof papier.

Handen vastpakken. Armen die steeds verder reikten. Handen die los zouden schieten op het moment dat de rek er helemaal uit was. Het kon niet meer, de persoon sjokte stap voor stap de slurf in. Achterom kijkend. Zwaaiend.

'Dag.'

Geen opmerkingen: