Het was een doodnormale dag en mama en ik liepen samen door de stad. Ik weet dat het regenachtig weer was en mijn mama geen paraplu bij had en geen regenjas. Ze liep naast haar fiets in de regen en wilde even naar de Hema.
Ik weet het nog precies. Als ik mijn ogen sluit sta ik daar gewoon weer. Tussen de borstels, kammen en elastiekjes. Papieren zakdoekjes, nagelvijlen en creme-pjes. Volgens mij was mama even ergens anders en regende het ondertussen met bakken uit de hemel. In mijn beleving was het gewoon stromende regen. Heel hard.
Ik zag, in een onderste schap, van die hele leuke kleurrijke regenkapjes. Plastic met een grappig detail erop. Ik leunde voorover, bekeek de regenkapjes en nam er eentje in mijn hand.
Het was de tijd van alarmloosheid. Als je slinks genoeg was dan kon je gewoon veel en goed jatten. Er ging geen alarm af, er stonden geen beveiligingsmensen bij de deur en er zaten geen onzichtbare streepjescodes op alle spullen.
'Kijk mama,-' riep ik toen we eenmaal buiten stonden en mama mopperde op het vieze weer.
'Ik heb iets voor jou, dan worden je haren niet nat!'
Het was de Robin Hood Methode. En nee, niet mijn laatste jatervaring.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten