vrijdag 23 maart 2007

DE ONBEKENDE:

(Wederom) Vanachter een rode plakstreep wachtte zij tot de blonde dame met het fuchsia shirt haar helpen kon. Ze overhandigde haar ponsplaatje en vertelde, met schorre stem, dat ze een afspraak had, om half twaalf.
Mensen keken haar aan. De een afwachtend, de ander vragend. De een leek even te glimachen. Ze glimlachte terug.
De fuchsia mevrouw schoof het ponsplaatje naar haar toe en gebaarde even te wachten. Ze nam plaats en keek even naar haar schoenen.
Tegenover haar was een brede deur. Naast de deur, aan de muur, hing een geel driehoek met de woorden: stralingsgevaar. Op de brede deur hing een bordje: echografie.
De brede deur ging ineens open en een paar verplegers hielpen een brancard de gang op. Een moment keek zij als versteend in de ogen van een leeftijdsgenoot. Een man met een kapje op, zuurstof waarschijnlijk, een ontbloot bovenlijf en een verkrampte, ziekelijke blik in zijn troebele ogen. Ze haperde in haar adem, hield de bandjes van haar tas steviger vast.
Hij keek haar recht aan. De Onbekende. En terwijl de verplegers de brancard keerden, hij van haar weggereden werd, keek hij nog eenmaal achterom.
Opeens waren haar zenuwen verdwenen. De reden waarvoor zij kwam leek er amper toe te doen. Ze had ernstige ziekte in zijn ogen ontdekt. Ze kon het niet weten maar ze wist het.
Er kwam een verpleger op klompen naar de wachtkamer.
"Mevrouw, u mag nu naar de kaakchirurgie. Succes."

Geen opmerkingen: