BUIKGEVOEL:
Ze was eerder thuis dan hij. Maar dat had hij al in de morgen aangekondigd. Ze stond met een oranje Albert Heijn tas in de stille keuken. Ze hoorde alleen een licht gezoem van de koelkast.
Het was alsof ze verloren had. Terwijl ze niet eens zeker wist of hij wel of niet een verhouding had. Alleen de naam al. Ze kreeg het koud; voelde de rillingen over haar rug gaan. Eerst maar de verwarming aanzetten. Daarna trok ze haar jas uit en smeet hem op de trap. Een voor een haalde ze de boodschappen uit de tas. Vlees, groente, appels. Witte wijn. Ze kregen dit weekend gasten. Een collega van Thomas annex vriend en zijn vriendin. Ze had er helemaal geen zin in.
In de woonkamer deed ze wat lampen aan. Keek om zich heen. Het voelde echt alsof ze verloren had. Ooit was alles zo veilig geweest. Waarom voelde het als een einde? Ze zeiden altijd dat de vrouw het aanvoelt. Ze voelden het aan, vrouwelijke intuitie, als hun man een ander had. Had ze iets gevoeld dan? Ze kon het zich niet herinneren. Behalve dan de vele avonden alleen thuis. Hij had een drukke baan. Was veel op reis. Ze was eraan gaan wennen. Niet in het begin. Toen waren er menig ruzies aan vooraf gegaan, dan smeet hij in een woedeaanval de deur dicht en liep naar boven.
"Dat wist je van te voren! Deal er maar mee!"
Ze dealde ermee.
Voor ze er erg in had stond ze weer in de hal en bekeek de kapstok. Er hingen twee andere winterjassen aan.
Van hem.
Een lange manteljas voor belangrijke dingen en een stoer jack voor z’n vrije tijd. Zonder erg schoof haar hand in zijn jaszak. Het jack liet twee vijftig eurocent muntjes zien. Een verfrommeld bonnetje van de HEMA. Hij had twee dagen geleden een rookworst gekocht. Het bonnetje rook ernaar.
Zijn manteljaszakken waren dieper. Het zachte stof omsloot haar hand. Ze voelde en haalde er een blaadje uit.
Het was een gescheurd hoekje van een kladblok leek het wel. Er zaten vage lichtblauwe lijntjes op. In de hoek. En onderin, in een perfecte driehoek, een rood geschreven telefoonnummer. Een mobiel nummer. Het was niet zijn handschrift.
Zijn handschrift was veel slordiger.
Ze hoorde buiten een auto. Zag de lichten dimmen en hoorde dat de motor werd uitgezet.
Even keek ze door het piepgaatje.
Thomas.
Het was moeilijk als ze tegenover elkaar zaten en ze niets vragen kon. Ze had, toen ze thuiskwam, niets gegeten.
"Heb je op me gewacht? Dat had toch niet gehoeven?"
Nee, dat was ook helemaal niet de opzet geweest. Ze had staan draaien en drentelen voor zijn manteljas. Een briefje gevonden dat nu leek te prikken in de zak van haar rok. Alsof het ding brandde. Alsof ze met vuur speelde.
"Wat is er? Is het niet lekker?"
Thomas tikte met zijn vork tegen haar bord. Het maakte een schelle toon.
Ze had een opwarmpasta in de magnetron geschoven. Het smaakte naar niets. Ze legde haar vork terug op haar bord. Ze zuchtte.
"Ik heb geen trek."
Geen opmerkingen:
Een reactie posten