woensdag 21 maart 2007

JOWI'S ESTAFETTE:

Ze had nog zo gezegd: Geen stokjes! Ik doe niet aan stokjes!
In de Amsterdamse bus zei de kale meneer: "Moet je wel doen. Echt."
En terwijl de bus verder reed bedacht zij een hindernis waar ze overheen moest.
De hindernis bleek niet zo groot. De estafette van Jowi had to go on.

Walter schreef hiervoor:

Ze kijkt van de brief naar de man met de rugzak. 'Dit is niet aan mij gericht.'
Hij zegt niets.
'1918,' zegt ze. 'Hier,' zegt ze, 'neem maar lekker terug.' Ze duwt het bundeltje brieven naar Peter, maar hij lacht alleen, springt op, kijkt op zijn horloge, lijkt te tellen, en trekt dan aan de noodrem.
Sarah valt. De kippen kakelen. Vanaf de vloer van de goederenwagon kijkt ze naar hem.
Hij duwt de deur van de wagon open. 'We moeten gaan,' zegt hij. Zonder verder om te kijken springt hij uit de wagon, en loopt de nacht in.
Sarah kijkt, maar ziet hem niet meer. 'Hee,' zegt ze, eerst zacht, dan harder. 'Hee!' Ze schudt haar hoofd, vloekt, en neemt de sprong — het diepe in.


Erna:

Het lijkt alsof haar voetstappen als vanzelf het spoor volgen van haar voorganger. Ergens in de verte loopt hij -- Peter, en kijkt niet eens achterom. Zou hij weten dat ze hem volgde, waar dan ook naartoe?
Het lijkt alsof hij haar iets vertellen wil, voelt ze op hetzelfde moment dat ze in een andere wereld leeft, en raakt ze ervan in de war.
"Hee!" roept ze weer. Haar stem hoorbaar schel en een tikje in paniek.
Peter lijkt door te lopen, hapert dan in zijn pas, en staat dan stil. Hij draait zich niet om.
"Dit is waanzin!" roept ze uit, opkomende tranen wegknipperend. "Dit is goddomme waanzin!"
Het slaat nergens op! Een reis, een brief. Een jaartal dat niet lijkt te kloppen, terwijl de brief aan haar gericht lijkt. Hoe kan dat nou? 1918! Haar naam!
"Wat is er in godsnaam aan de hand! Waarom zit je opeens naast me, en spring je ineens de trein uit? Waarom die brief?"
Hij verroert zich niet.
"Zeg dan wat!" schreeuwt ze.
Ze voelt woede. Onmacht. Verdriet. Als haar zus van haar vriend was afgebleven had ze hier nu niet gestaan. Als alles anders was gebleven stond zij nu niet hier, in de kou, op straat, wachtend op antwoord, naar een vreemdeling te schreeuwen die niet eens de moeite nam haar uit te leggen wat er aan de hand was.
Er was wat aan de hand!
Ze knijpt haar vingers samen. Balt haar vuisten. Stampt met haar schoen op de grond. Voelt een steentje. Kijkt naar beneden en raapt het op om het vervolgens in blinde woede zijn richting uit te gooien.
"Zeg dan wat!" roept ze.
Hij beweegt. Draait zich langzaam op zijn hielen om. Kijkt haar even uitdagend aan.
"Je hebt niet de moeite genomen die brief goed te lezen. In de brief staat het antwoord." zegt hij zachtjes.
"Maar, het is niet van deze tijd!" roept ze verbaasd en verontwaardigd uit.
"Wie zegt dat?" vraagt Peter en pakt de brief weer uit zijn zak.
"Wie zegt dat het nu geen 1918 is?"

Geen opmerkingen: