Het zou best wat zijn, het schrijversschap. Mooie woorden en zinnen waar mensen meteen een beeld bij zouden krijgen zodat een boek, een verhaal, ging leven. Zo levend dat het boek in een ruk uitgelezen zou worden.
Met een verhaal waar men jaloers op zou kunnen zijn. Niet alleen mooi, trouwens, maar ook hard en confronterend, maar zeker ook met vraagtekens en met een eind waar de lezer van zou moeten peinzen. Peinzen uit allerlei emotie.
Een boek dat erna trots de boekenkast in zou gaan. Met aan de zijkant de naam van de schrijver.
En dan uitgenodigd worden voor het boekenbal. Waar allerlei bekende mensen zouden rondlopen, al dan niet passend in je straatje, waar met serieuze blikken geluisterd zou worden naar schrijvers die al meerdere boeken op hun naam hadden staan.
Maar boekenbal, boekenbal, klonk zo oubollig in de oren. Alsof alle mannen sigaren rokend, met een likeurtje in de hand, ja-knikkend en peinzend luisterden naar wat de andere belangrijke schrijver te melden had. Groepjes van schrijvers. In elke hoek een groepje waar met een harde uithalen om elkaars anekdotes gelachen werd. Met Martin Bril aan de bar, met zijn wilde haar en een peuk in zijn bek. Zat zijn kasjmere overhemd nog wel recht? En zou Connie Palmen de weg kwijt zijn.
Niks geen vette DJ, scherpe flikkerlichten van discolampen en foute seventies muziek. Meer violen en piano's. Klassiek.
En dan de klapper op de vuurpijl; het nieuwe leesteken. Het leesteken van de ironie. Alsof de schrijver, de uitmuntende schrijver, niet zelf de alinea zo schrijven kon dat de ironie eraf droop bij de opbouw, het midden en het zaligmakende eind. Een belediging des schrijver! De ironie zou verteld en geschreven in plaats van een eenvoudig leesteken te plaatsen!
De rode lipstick tuitende lippen van de vrouwelijke schrijvers, nee, geen schrijfsters, nipten van de glazen wijn. Nee, bruisende rose was uit.
Met heel laat in de avond gegiechel.
"Zeg, ik ga even het toilet opzoeken. Mijn tepel moet weer afgeplakt."
Geen opmerkingen:
Een reactie posten