donderdag 8 maart 2007

RIMPELIG:

Ze stond te wachten voor een glazen deur. De ene moest eerst gesloten worden wilde de andere weer openen. Er sjokte net ervoor een oude man achter een rollator naar binnen.
Ze hield haar stembewijsje vast net als haar paspoort. Ze bekeek de ruimte. De lange, beige gekleurde hal met balie. Links, toen ze de felgekleurde pijlen volgde, liet ze haar blik gaan naar een grote ruimte. In de ruimte, die zo enorm groot leek, zaten twee oudere mensen stil in hun stoel voor zich uit te staren. Ze verlangzaamde haar stappen en zocht verpleging, iemand die vast wel in de ruimte liep. Er was niemand.
Ze bewogen niet, de twee oude mensen. Als ze hen een por in hun bovenarm gegeven had waren ze misschien wel omgevallen.
Bij het stemhokje was niemand. De twee mannen achter de tafel leken blij dat ze weer iets te doen hadden en namen bijna gretig het kaartje in ontvangst.
407. Ze stond achter de drukknoppen en drukte op een ervan. 'U heeft gestemd.' Ze kon weer gaan.
Ze volgde dezelfde weg, langs beige muren, beige zeil, beige hal langs de grote ruimte. De twee oude mensen zaten er nog steeds. Ze staarden voor zich uit, in het oneindige niets.
Er bekroop haar een gevoel van treurnis. En lachte zonder echt te lachen. De ironie van het stemmen in een verzorgingshuis. De oudere reclame van Jan Marijnissen die een brief in de kamer voorlas van een oudere mevrouw. "Wij hebben de oorlog ook overleefd, wij redden het ook deze keer wel weer..."

Geen opmerkingen: