Toen dus mijn linkerlens een scheurtje bevatte, zo zag ik met een dichtgeknepen oog toen ik uit de trein was gestapt, moest ik die lens weggooien. Dat doet zeer. Een lens weggooien. Daar ging dus een aantal centjes, scheurtje of niet, down the zogenaamde drain. Keus had ik ook niet echt. Een scheurtje in je lens is voor een gezond oog funest.
De hele dag liep ik als een verdwaasde rond in andermans huis, andermans stad en andermans albert heijn. Ik zag niet goed met alleen een rechterlens in mijn oog. Het vervormde alle gezichten, pakjes yoghurt en stenen.
Toen ik 's middags met een ietwat hoofdpijntje naar huis ging, wilde ik heel graag mijn bril. Heel erg graag. Zo graag had ik never nooit een bril willen dragen. Ik heb best een leuke, hippe bril. Trendy, vet etcetera. Toch doet die bril iets met flashbacks en herinneringen.
'Hey! Brilsmurf.'
'Bril-i-oot!'
'Bril-i-oot!'
Ik kwam erachter dat mijn lenzen op waren. Mijn reservelenzen waren hartstikke op. Gebruikt. Gescheurd en weggegooid. Alle brildragers die nooit lenzen geprobeerd hebben zullen nu met hun ogen rollen om dan zuchtend aan mij te vragen 'waarom ik dan niet gewoon een bril draag.'
Vanochtend zocht ik iets in mijn toilettas. En prompt viel mijn oog op een setje reservelenzen. Woehaa! Helemaal blij!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten