In sommige plaatsen zijn mensen wat schuwer of botter dan in andere plaatsen. Er is een misconceptie dat Brabanders olijke, vriendelijke mensen zijn. Men zegt elkaar op straat geen gedag en men kijkt ontzettend de kat uit de boom als er iemand in het dorpje of stadje komt wonen in hun straat die niet uit de Brabantse poepert geboren is.
Toen ik in Den Haag kwam wonen waren er zowaar mensen, onbekenden, die wilden weten hoe het met me ging. De eerste paar keren keek ik achter me, want ze vroegen het vast niet aan mij. Ook de praatjes in de winkel, de grapjes op het station en bij de frietboer waren niet van de lucht. In het begin moest ik daar erg aan wennen. Dat geklets met onbekende mensen. Het begint nu wel gezellig te worden, die 'goeiemorgen', 'hoe is het dan?' en 'lekker weertje, he mevrouw?'
In Delft waan ik me gevoelsmatig in het Brabantse land. Stug als zeemleer zijn de mensen daar. Geen vriendelijke glimlach als je elkaar passeert op de fiets, of wandelend in het centrum. Mensen in de winkels werken volgens mij met de grootste tegenzin die je maar bedenken kan. Dat kan nooit goed zijn voor je hart, bedacht ik me laatst.
Ik had Het Diner helemaal uit. Wat een spannend boek was dat zeg. Maar ik had weer ouderwetse leeswoede. Ik wilde weer een boek. Een boek. Met een kaft, een voorwoord en een plek om telkens ezelsoren te maken. Omdat Paulien Cornelisse bij de show van Paul de Leeuw geweest was en ik taal ook zo mijn ding vind, haalde ik haar boek uit de schappen van de Bruna. Ik zei nog tegen Baby, die in de kinderwagen half lag te soezen, dat ik dat boek graag wilde hebben.
'Is het een cadeau?'
Het meisje achter de kassa stond naast een collega. Beiden stonden er te staan, naast elkaar zonder te glimlachen. Toen die ene de vraag stelde glimlachte ik en zei:
'Ehm, ja. Voor mezelf!' en lachte mijn tanden bloot. Zelfs mijn ogen twinkelden van plezier.
Het meisje achter de toonbank liet haar mondhoeken verder naar beneden zakken, pakte zuchtend het boek en sloeg het bedrag aan. Wat een kutgrapje, dacht ze vast.
Mijn humeurlevel daalde als zacht ijs in een vriezer. Ik rekende af, ze schoof het boek heel snel mijn richting uit en keek me na.
Ik keerde de kinderwagen, keek even bij Baby in de wagen en zei:
'De mensen hier zijn niet zo aardig. Helemaal niet aardig.' en liep weg.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten