Normaliter ben ik niet zo van de verslagen schrijven nadat ik een boek uitgelezen heb. Het zit dan, als het een goed boek is, nog teveel in mijn hoofd; dat verhaal, die mensen, wat er gebeurd is. De ruimtes, het gevoel.
Gisteren was ik aan het werk, installeerde de computer in de werkkamer maar er was geen internet. Ik grapte nog ietwat cynisch, hardop in de lege ruimte, dat Ziggo zeker weer bezig was. Dan maar, tijdens de rustige momenten, even dat boek pakken.
Ik zat op een hele ruime, zachte, met veertjes ingelegde bank. Telkens als ik een beetje begon te wiebelen tijdens het lezen, zat ik niet meer helemaal lekker. Alsof je op die bank in een keer goed moest zitten, met je billen goed gepositioneerd, anders was het bankzittenmoment ineens weer verdwenen. Voor ik het wist was ik al bijna aan het eind van het boek. Moest ik weer aan de slag, legde ik het boek op de grote tafel en vergat de hoofdstukken.
Mijn manier om een goed boek uit te kiezen is een paar keer in een boekwinkel hetzelfde boek te pakken en zomaar een willekeurige bladzijde open te slaan en die bladzijde helemaal te lezen. Na een keer of drie kon ik bepalen of het een goed boek was, op de wetenschap dat welke bladzijde ik ook opensloeg, het mij moest grijpen.
Het was na zessen toen de vrouw des huizes thuiskwam en ik mijn spullen pakte. Ze vroeg me of Het Diner een aanrader was. Ik zei 'Ja.' En vervolgde toen met: 'Er staat roman op de voorkant, maar ik zou het ook een soort thriller willen noemen.' Ik sloot de rits van mijn tas. 'En internet lag eruit vandaag. De hele dag.' De vrouw des huizes maakte een 'O' met haar mond. 'Dan zal ik Ziggo eens bellen.'
's Avonds zat ik met het laatste restje van een italiaanse ijsko (pistache en aardbei) op een stationsbankje te wachten op de trein. Er liepen heel veel mensen langs me heen of stonden te wachten. Ik bedacht me dat er heel veel te vertellen en te schrijven zou zijn over een treinstation en wat er allemaal gebeurde. Je kon aan lichaamstaal veel zien. Die vrouw die met licht gekromde rug aan het bellen was. Zo te zien gebruikte zij zelden een mobiele telefoon. Ze bekeek soms ineens het mobieltje; weg van haar oor, om het dan weer terug te plaatsen. Hoor je me nog? Om dan op knopjes te gaan drukken, met haar te dikke wijsvinger, en dan nogmaals haar mobiel aan haar oor te zetten. Ik hoor niks.
Die Paul is een rare snuiter. Zijn vrouw Claire eigenlijk ook. Maar zulke rare snuiters zijn er overal. In de stad, in een restaurant. Op een overvol treinstation. ...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten