Mijn lens zat vervelend te doen. Onderweg naar het station, in de vroege ochtend, pielde ik wat. Ik pielde zodat mijn lens weer zou stoppen met vervelen. Alleen mensen die lenzen dragen snappen dit. Dat gepiel.
Ik probeerde een krantje te lezen met wederom vervelend nieuws, over zelfmoordacties van vaders die jonge kinderen 'mee wilden nemen' en pyschoses van Bram Bakker. Ik bedoel natuurlijk niet zijn psychoses, maar die van zieke mensen. Ik zag hem bij Knevel en Dinges op maandagavond toen ik nietsvermoedend naar de beelden keek van een ontzettend afstotelijke achtergrond bij een live uitzending. Wie in Godesnaam deze setting bedacht had moest een dikke onvoldoende krijgen voor zijn stageopdracht. Ja, stageopdracht, want dat kon nooit of te nimmer een vast aangestelde decorbouwer zijn.
Zieke mensen. Ja, ik geef Bram Bakker gelijk. Mensen neigen erg snel naar veroordelen terwijl zij niet in andermans schoenen staan met mes in de hand. Of daarvoor een afscheidsbrief hebben getiept aan collega's die nietsvermoedend 's morgens hun mailbox openen en dat dus lezen. Het heeft impact op iedereen die ermee verbonden is. Zelfs de bakker op de hoek waar meneer psychose zijn half bruin ging halen.
Het is als het onweer dat maandagnacht over de kust raasde. Nooit had ik zulke knallen gehoord. Zulks onheilsgeluid. Zulks natuurkracht. En de wind blies over het balkon en de takken zwiepten oncontroleerbaar heen en weer in de nacht. Onheil.
In de trein zat, tegenover me, een jonge vrouw met schoenen met open teen. Het gebeurt meestal vanzelf dat ik even moet kijken wat voor tenen dat welniet zijn. Ik heb iets met of tegen voeten en schoenen met open teen. Ze droeg een donkerblauwe denim achtige schoen met sleehak. En in de 'open teen' stak een grote teen met knalpaarse nagellak. Haar donkerblauwe broek zat ietwat strak om haar benen en op haar schoot lag een donkerblauwe tas die half open stond. Ze bekeek de tas en haalde er een grote snicker uit. Nadat het papiertje opengemaakt was met een boel ritselgeluid, stak ze de snicker in haar mond en begon te kauwen.
Het enige dat ik me afvroeg was waarom een snicker en niet een boterham. Mijn lens zat te vervelen. Toen ik hem uiteindelijk uit mijn inmiddels rode oog haalde, zag ik een scheurtje. Ik probeerde zo goed en zo kwaad als het ging met een lens de trein uit te stappen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten