woensdag 26 maart 2008

DE GANG VAN EN NAAR RITUELEN,

is meeste avonden hetzelfde. Tenzij er een etentje dan wel andere afspraak vaststaat. Maar als de fiets is weggezet, de sleutel gezocht is om al dan wel eerst in het slot van de brievenbus te steken, dan niet in het slot van de voordeur, trek ik meestal meteen mijn leren jack uit, gooi mijn sjaal in de hoek van de stoel en loop regelrecht naar de verwarmingsknop. Dat het in het voorjaar maar flink mag loeien, die verwarming.

Heel af en toe, voordat ik naar boven loop, sjeest de kat met bindingsangst visitekat voor me uit, en gaat miauwend voor de voordeur staan, en kijkt naar mij terwijl ik de voordeur open. Dan sjeest hij naar binnen, wacht in de hal totdat ik ook die deur open, om dan via de tafel, het kleed en vensterbank weer miauwend bij de haldeur te gaan zitten. Een waar genoegen.

Als ik de lamp in de keuken heb aangedaan, de televisie ook aan heb gezet, druk drukkend op 25 omdat mijn hele zendersysteem net zo chaotisch is als ikzelf, maar steeds op de EO beland waar een stom spel gespeeld wordt met rare deuntjes en riedeltjes, schop ik mijn laarzen (of schoentjes en) uit om mijn verkleumde voeten in mijn warme uggly's te laten glijden.

Om dan achterover te zakken op de bank. Met een dekentje om me heen. Warm worden. Want buiten is het zo ontieglijk koud. Mooi koud. Dat dan weer wel. Omdat de sneeuw in dikke vlokken als een langzame confetti naar beneden danst. Omdat binnen zijn, met wat kaarsjes aan en de verwarming hoog alles zo extra knus lijkt.

Dan is het zo'n ontzettende spelbreker dat er verder geen haan in huis is die voor je koken zal. Driedubbele bummer.

Geen opmerkingen: