zondag 16 maart 2008

VANMORGEN WERD IK WAKKER VAN,

het licht in de slaapkamer. Voelde de zonnestralen kietelen op mijn gezicht, alsof het plagerig fluisterde: 'Kom, je bed uit. Een nieuwe dag.'
Wat voor een dag was het vandaag? Wat deed ik gisteren? Hoe voelde ik me? Welke keuzes maakte ik? Met wie sprak ik? Hoe vaak keek ik op de klok?

Onder de douche liet ik de warme stralen van kruinen langs gezicht, ruggegraat naar beneden vallen.

'Ik laat de twijfel door het putje gaan.'
'Ik laat de angst door het putje gaan.'
'Ik laat de onrust door het putje gaan.'

Als een herhaalde mantra.

'Doeidoei!'

Nijmegen leek drukker dan anders. Zonnebrillen pasten me niet. Bij de V&D zat een man aan een electrische rolstoel gekluisterd en vroeg of ik voor hem de deur open wilde houden. In een zorgeloze, overmoedige bui grapte ik:

'Ach, dat kunt u toch zeker zelf!'

Ik schrok van mezelf. Sloeg een hand voor m'n mond. De man barstte in een lachbui uit.

Heel vroeger, toen ik nog onbevangen en zorgeloos klein was, voelde ik menigmaal bravoure. Soms wenste ik een beetje ervan terug. Het geremde hield me nu weleens tegen. Soms hield het tegen wat niet tegen gehouden hoefde te worden.
Ik miste m'n bravoure ik. Alsof vroeger de woorden en zinnen zonder zorgen over m'n lippen vloeiden. Niet nagedacht.

De clubsandwich in de LUX leek extra groot. De cappuccino extra heet. De serveerster extra vriendelijk. Er flitste steeds iets achter me. Een klein meisje liep rond met een wegwerpcamera. Ze maakte foto's. Flits. Flits.
Buiten zaten mensen op het terras. Iemand blies uit een bellenblaas bellen de lucht in. Ze vlogen westwaarts. Niet geknapt.

'Is de mosterdsoep ook in de basis vegetarisch?' vroeg een jongen achter me met een hippe zwarte bril. Ik verstond niet wat de serveerster antwoordde maar volgens mij was hij wel tevreden. Hij hinniklachte.
Toen ik besloot af te rekenen spotte ik een vrouw met een knalrode jas en een hardroze panty. Ze liep zigzaggend langs de stoeltjes buiten. Ik zag steelse blikken van andere terrasgangers.

Lef.
Bravoure.
Ongeremd.
Zelflievend
.

Ik laat de twijfel in het putje gaan.
Ik laat de angst in het putje gaan.
Ik laat de onrust door het putje gaan.

Verdwijnen.

De suiker gleed met een moerasachtige kracht naar beneden. In het kopje.
Zo roerde ik mijn cappuccino.

Rustig.

(Toen ik thuiskwam en de brievenbus opende, viel er een kaartje uit. De titel droeg:
'Een nieuwe dag.' van de dichteres Nafiss Nia.

Een kopje gezelligheid
een lepeltje liefde
twee klontjes vriendschap
en een gevuld geluk.
Vandaag heb ik zin.

Vandaag begin ik
met de grote schoonmaak
en gooi ik alle wreedheid,
verdriet en angst weg.

Bij de bakker zal ik
een warme dag kopen,
bij de kapper
mijn oudheid laten knippen
en vanavond uitgaan.

Vandaag heb ik zin.

Mooier kon dit niet wezen.)

Geen opmerkingen: