donderdag 6 maart 2008

GISTERENAVOND LAAT,

zag ik de datum van die dag en besefte dat het precies twee maanden geleden was, dat de nacht volgepraat was in slaperige soort van slapeloosheid, binnen een tijdsbestek van elkaar leren kennen en een zekere aantrekkingskracht. De regen tikte tegen de ramen, het gaf een knus gevoel, terwijl de kat op het uiteinde van het bed bleef liggen, eindelijk ons even met rust liet.
Normaal gesproken slaap ik slecht, als ik een ander dekbed om me heen voel. Maar ik sliep die nacht, hoewel pas laat, wel zeker een aantal uren achtereen.

Geen illusies. Maar geef het tijd. Met die verwarring kon ik niet omgaan. Geen plannen. Maar geef het tijd. Geen wederzien. Maar geef het tijd. Ik gaf het geen tijd meer. Ik droomde van een tuin in de zomer waarin hij een bal heen en weer rolde, terwijl ik in het gras zat en toekeek.

Tijd was voor mij te ruim. Want morgen kon alles anders zijn. Verwarrend ging ik sputteren. En ook dat nam ik mezelf kwalijk en wilde rust. Heel veel rust. Voor allebei. Want het dekbed voelde niet meer als een warme dikke deken. De sterke armen om me heen waren verdwenen. Het koosnaampje weg. De belangstelling loos.

Afstand nemen was geen afscheid. Alleen maar proberen te herprogrammeren, zoals je een verkeerd alarmnummer wist op het display. Resetten. Niets was namelijk, in mijn oordeel, stuk. Nog niet.

'Ik weet het goede woord niet zo goed te vinden.' zei hij, toen ik belde en vroeg 'Ben je boos?' Het was zoiets als... niet geinteresseerd. Onverschillig.

Koud.

Ik dacht ineens aan een stenen hart. Een stenen hart laat alles buiten. Als het valt, breekt het wel meteen. En ik moest ineens zonder erg glimlachen. Ik had nooit gedacht dat ik een rekbaar hart gekregen had. Want mijn belangstelling bleef.

'Ik vind het wel belangrijk te weten hoe het met je gaat.'

En het ging goed.

En dat was fijn.

'Misschien hoor ik nog ooit iets van je.' zei hij aan het eind.

Misschien was het uit beleefdheid. Maar zelfs een elastisch hart had de rek er weleens even zo goed als uit.

'Ik geloof dat als je me net vertelt dat het je onverschillig laat, ik niets meer van me zal laten horen.'

Ik zei gedag, en hing op. En ik hoefde niet eens te huilen.


elastisch.

Geen opmerkingen: