dinsdag 4 maart 2008

DE KAMER IS DONKER,

en buiten is het stil.
Een enkele ruis
verstoort het ademhalen.
De klok slaat drie uren.

De kamer is donker,
ik zie allerlei contouren.
Voel de moeheid door mijn lijf;
spieren verzwakken, oogleden niet.
De klok slaat vier uren.

De kamer is donker,
ik lig op mijn rug.
buiten zingen de vogels,
alsof ze met me praten.
De klok slaat teveel uren.

De kamer is licht,
slaap heeft me overvallen.
Ik droom van tuinen,
speelballen en zomer.
mijn wekker piept te vaak.

De jetlag van mijn spieren
zeult me door de dag.
Op het moment dat ik
een kopje laat vallen,
wil ik alleen maar slaap.

Ook scherven
brengen uiteindelijk
geluk.

Geen opmerkingen: