PHILLIPE CLAUDEL EN ZIJN,
grijze zielen namen me mee naar 1917. De titel zwaaide me toe bij Dekker en de Vegt.
Misschien omdat het vandaag zoiets voelde als grijze zielen dag. De grijze ziel liep naar de Lux.
Dat alle rommel
Chaos -- een plek
moest krijgen,
alles op een
geordende stapel.
Recht --
alles dat scheef was
Recht,
Gelijk;
Ontrommeld
voelde bizar genoeg
als een bevrijding.
'En dan zit je hier, helemaal achterin, weggemoffeld.'
De ober zette het witte kopje Cook&Boon voor me neer. Hij glimlachte met een twinkeling. Soms was een glimlach met een twinkeling als een warm cadeautje.
Ik zat ook, inderdaad, helemaal achterin, in een hoekje, bij een groot vierkant raam. Met uitzicht op de regen, natte tegels, bakfietsen, fel geel, C1000 tassen en verbouwingen.
Er liep een lange manvrouw, of vrouwman, ik had geen idee, in een kersenrode lange jas voorbij. Ze stapte als een paard. Haar knieen omhoog voordat zij haar laars op de grond zette. Een beweging van iemand die pillen slikte. Ik had het loopje al veel vaker gezien. Ze liepen dagelijks de lange gangen door, als paarden, als paarden in een onafgebroken slowmotion. Knieen omhoog voordat zij hun voet op de grond zetten. Triptrap.
Een mevrouw met het limpend been vroeg of ik op haar laptop wilde letten. Ze moest plassen. Nam haar dochtertje mee. Het kind huppelde voor haar uit. Bij terugkomst gingen ze weer zitten, en ze bedankte me. Hartelijk. Het kind gaapte luidruchtig. Ze wilde buiten spelen. Maar mama moest 'nu even werken'.
Ik verzon 'limpend' ter plekke. Ik verwarde wel vaker het engels met het nederlands. Ik nam een slok van m'n koffie en voelde een schuimsnor op m'n bovenlip.
Aan de overkant zag ik een man aan het werk. Zijn laptopscherm liet hij zakken toen de serveerster een bestelling opnam. Waarom liet hij het schermpje zakken?
Ik opende de eerste bladzijde van Grijze Zielen. En de tweede. Op de derde bladzijde las ik: 'Ik ben er. Het is mijn lot om er te zijn.'
Mooi.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten