zaterdag 1 maart 2008

TIJDENS EEN HAPJE ETEN,

buiten de deur, dat eindigde rond kwart voor elf in den avond, met een goede vriendin, bespraken we- en vroegen ons het volgende af:

~ als God dan toch een mansmens was, en de nonnetjes trouwden met God, hij dan ergens een harem had wat weer niet mocht van de bijbel. Toch?

~ dat het zeggen van 'ik hou van jou' niet of nauwelijks in onze generatie verteld werd van ouders naar kinderen en wij daarom soms zo graag 'ik hou van jou' wilden zeggen. Zomaar. Omdat het nu wel mocht.

~ of Nikki het zou winnen van Nathalie. En dat Nathalie niet zoveel moest schreeuwen en dat ze dan best wel een grote kans zou maken, maar dat wij toch voor Nikki waren.

~ dat we allebei onze tenen kromden op het moment dat we een herhaling voorbij zagen floepen van Boer Zoekt Vrouw waarbij reizen werden uitgedeeld en boer Frans dacht dat Istanbul betekende dat hij 'piramides ging kieken.'

~ dat je soms niet wist of het goed was, maar wel het beste.

~ dat weekenden volproppen soms nodig was voor de nodige afleiding maar om te merken dat ineens niets gepland te hebben staan ook weleens lekker was.

~ dat die chocolade mousse om die rare garde niet zo handig was om te eten.

~ dat een kindje in mijn groep op een avond aan zijn ouders vertelde dat hij ging trouwen met mij. (Ik wist zelf nog van niets.)

~ dat zelf eens zeggen wat je wilt en niet wilt fijn is, omdat je soms al het gevoel hebt zoveel dingen te moeten.

Geen opmerkingen: