donderdag 20 maart 2008

UIT DE SCHEMER,

knipper ik met m'n ogen maar voel me te moe om helemaal mijn ogen te openen. Alsof mijn wimpers als sluiers zwaarder wegen dan de bedoeling is. Ogen vallen langzaam weer dicht.

Het is pas sinds een maand dat ik 's morgens de wekkerradio met allerlei deuntjes van de buurman niet meer hoor. Het gaat aan me voorbij omdat mijn wekker niet zo vroeg gezet wordt.

Dat oververmoeidheid de overhand neemt en gaat spelen met je nachtrust, alsof het plagerig tikkertje speelt, en het je middenin een droom wakker tikt om te raden hoe laat het is. Gedesillusioneerd probeer je, met zware spieren, de wekker te vinden. Om te zien dat het nog maar half drie is. En de nacht is nog maar net begonnen.

De onrust verlaat nu pas langzaam mijn lijf. Als de ochtend aanbreekt draai ik me nog even om. Mag ik slapen. Diep slapen. Dromen. Liggen. Slapen.
Om dan uiteindelijk met de lichtval van de ochtend op te staan. Te douchen, de koffie te laten pruttelen en een bakje yoghurt te verorberen. Om later mijn tas te pakken en richting station te gaan. Voor nu even.Voor na de schemer. Binnenkort mag ik weer meedoen met het gewone ochtendritueel.

Geen opmerkingen: