HERKEN JE DAT,
de verbazing die je weleens hebt terwijl je aan het dromen bent,
dat je ineens bijna tegen jezelf zegt: Ja, hallo! Waarom ben ik nu hier?
Het was er zo wit. De muren, de vloer, de lakens, de lampen. Alles was zo helder wit, dat het bijna zeer deed aan m'n ogen. Ik keek om me heen. Keek naar mijn eigen kleding. Ik droeg een lange witte jas. En ja, ik dacht, terwijl ik droomde:
'Hallo! Wat doe ik hier?'
Het leek een ziekenhuisruimte. Geen operatieruimte, maar een ruimte voor leerlingen om te oefenen.
Ik keek naar mijn ene hand. Ik hield een naald en draad vast.
Tegenover me, op een ziekenhuisbed, afgedekt met witte lakens, en over de bobbel ook, was een opening te zien, met daaronder het rauwe vlees van een kipfilet.
Ik fronste m'n wenkbrauwen en dacht: nu breekt m'n klomp.
Uit het niets verscheen een vrouwelijke arts. Gehuld in een witte dokter's jas, met haar handen in haar zakken. Ze wenkte met haar hoofd naar het kipfilet.
'Vooruit. Begin maar.'
Ik keek van het kipfilet naar de vrouwelijke arts en terug.
Wat? Wat moest ik doen? Moest ik..?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten