vrijdag 21 maart 2008

HET KLEINE CHINESE MEISJE,

deed me wat. Voor de tweede keer kwam ze, klein als ze was, binnengewandeld, met een hapering van voet op drempel.
Alles in zich opnemend, de drukte, de kinderen, de grote mensen, de knuffels in de hoek van de bank. Ik zag een trillende onderlip op het moment dat mama die drempel overging en de deur wilde sluiten. Ik knielde op mijn hurken en nam haar bij me. Ze bekeek me even. Ik voelde bijna hoe ze dacht.

Ik wil jou niet. Ik wil mama.

Een week later liep ze aarzelend de drempel op van gang naar groep. Kwamen er al kinderen bij me staan, nieuwsgierig en kinderlijk attent.

'Dat is het nieuwe meisje, he Kalin?'

Mama nam kort maar krachtig afscheid. Met een trillende onderlip keek ze omhoog, probeerde mijn blik te vangen. Nam mijn hand.

Maar toch wil ik je nog niet.


Deze week liep ze aarzelend naar de deur, ene voet over de drempel. Zwaaide naar mama. Ze bleef voor het eerst slapen bij het kinderdagverblijf. Toen het besef kwam dat mama haar nog niet kwam ophalen, met de kinderen in pyjama naar de slaapkamer moest, achter houten spijlen moest slapen, in een vreemd bed, met rare dekens en gewoon niet thuis, barstte ze in tranen uit. Omklemde mijn nek. Dikke tranen.

Het deed me wat. Haar hulpeloosheid. Haar angst. De onrust. Het onveilige.

Ik wreef over haar wangen, praatte tegen haar. Met haar. Begon aan een slaapkamer rondleiding.

'Kijk, en daar slaapt R, en daar slaapt T. En jij gaat hier slapen.' Ik wees naar haar stapelbed.

Ze wilde niet. Ze hield me strak vast. Met moeite legde ik haar neer.

'Ik blijf bij je.' probeerde ik.

Op het moment dat ik dat zei, begon het langzame vertrouwen.

Geen opmerkingen: