donderdag 13 maart 2008

HET IS ALSOF ALLES,

langzaam begint terug te waaien, zoals de afgelopen dagen de wind de takken liet zwiepen en de blaadjes deed dwarrelen naar Bestemming Onbekend.
Ik hoor je van binnen fluisteren, je laat het me zelfs zien, maar ik ben te ver weg om je te helpen, of is het misschien niet zo; zou het mogelijk zijn dat ik een briefje de lucht in werp zodat je misschien, bij toeval het briefje ziet liggen voor de neuzen van je schoenen? In gedachten schrijf ik op blanco papier.

Het is al een lange tijd voelbaar, van binnen, met het kloppen van mijn hart, dat je iets van me verlangt terwijl ik het je moeizaam brengen kan. Dus zit ik hier en wacht op wat komen gaat, waardoor wellicht de wind eens gaat liggen en de rust wederkeert.

Vanmiddag liep B (3,5 jr) de groep binnen en keek naar buiten.
'Het stommert.' zei ze.
Ik knikte, begreep wat ze bedoelde.
Na een momentje van gezamenlijk stilzwijgen wees ze weer naar het raam.
'Gaan nu de bomen ook omhoog?'

Misschien gingen de bomen ook wel omhoog. Om de wortels, die gegrondvest waren, diep in zwarte aarde, los te breken.
In de trein zette ik m'n iPod op en glimlachte. Stevie Wonder zong door de kleine oordopjes een wijsje wat heel toepasselijk was voor de storm en dwarse onstuimigheid.

How many times must a man look up, before he can see the sky?

Geen opmerkingen: